Het nieuwe erfrecht is een feit. Althans zodra de wet er is. Deze hervorming is nodig, want ons erfrecht is meer dan 2 eeuwen oud en niet meer aangepast aan de huidige maatschappelijke realiteit. Dat lijdt vandaag soms tot pijnlijke  situaties.

Deze hervorming van het erfrecht is onderdeel van een grondige vernieuwing van ons Burgerlijk Wetboek dat dateert van 1804 en dat nog steeds ons leven als burgers van geboorte tot overlijden beheerst.

De hervorming – onder voorbehoud van de gepubliceerde definitieve tekst – kan samengevat worden in volgende krachtlijnen.

 

1.       Meer autonomie voor de erflater. Beperking van de reserve.

Door de beperking van de wettelijke reserve, krijgt de erflater meer vrijheid. Voortaan zal er enkel nog sprake zijn van een voorbehouden erfdeel voor de kinderen van de erflater en diens echtgenoot : de globale reserve van de afstammelingen wordt beperkt tot 50% ongeacht het aantal afstammelingen. In het huidige recht verschilt de omvang van de reserve in functie van het aantal kinderen: ½ bij 1 kind, 2/3 bij 2 kinderen, ¾ bij 3 of meer kinderen; in de nieuwe regeling is de reserve van de kinderen altijd ½, ongeacht het aantal kinderen.

De reserve van de ouders als iemand zonder afstammelingen overlijdt, wordt afgeschaft en vervangen door een onderhoudsplicht tegenover de nalatenschap in geval van behoeftigheid.

Daarnaast wordt het huidige verbod op overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen versoepeld en worden de wettelijk toegelaten erfovereenkomsten uitgebreid. Ook wordt de mogelijkheid van een globale erfovereenkomst tussen ouders en kinderen voorzien, waarbij ouders reeds voor hun overlijden met al hun kinderen een bindende overeenkomst kunnen sluiten omtrent de toewijzing en verdeling van hun nalatenschap. Op die manier kunnen veel conflicten tussen de kinderen na het overlijden van hun ouders worden vermeden en hebben de ouders de zekerheid dat hun wensen worden gerespecteerd.

 

2.       Erfrecht in waarde. Meer zekerheid voor schenker en begiftigde.

Een ander belangrijk aspect is de vervanging van het huidige erfrecht in natura door een erfrecht in waarde. Ingeval van inbreng of inkorting van gedane schenkingen, zullen de reservataire erfgenamen voortaan enkel de waarde kunnen opeisen van hun deel van deze schenkingen en niet de geschonken goederen zelf. Op die manier kan de begiftigde van de schenking het geschonken goed zelf behouden, maar dient er wel een verrekening te gebeuren naar de andere erfgenamen ofwel door minderontvangst ofwel door opleg.

De waardering gebeurt voortaan op basis van de intrinsieke waarde op datum van de schenking, geïndexeerde op de dag van het overlijden.

Giften aan afstammelingen worden wettelijk vermoed als voorschot op erfenis te gebeuren (= gelijke behandeling). Aan andere erfgenamen geldt een (weerlegbaar) vermoeden dat deze begiftigde de schenking buiten erfdeel  verkrijgt (= ongelijke behandeling).

 

Het is nu wachten op de publicatie van de nieuwe wet in het Belgisch Staatsblad; voor de inwerkingtreding is een ruime overgangsperiode van 1 jaar na de publicatie voorzien.

Deze zeer grondige hervorming zal een belangrijke impact hebben op de praktijk van de vermogensplanning.

Wij volgen dit uiteraard verder voor u op.

Expertisedomein